DE ZUCHTENDE ZUCHT

Ik was eens op vakantiebezoek in een fantastisch land, waar het water van de zee net zo blauw was als het gemeentezwembad in mijn eigen dorp. Zo helder en zo blauw had ik een zee nog nooit gezien.


Op mijn eerste vakantiedag had ik me voorgenomen om een flinke wandeling te maken langs het goudgele strand, dat kilometers lang was en bezaaid werd met kleine maar ook flinke rotspartijen. Het zand knisperde onder mijn bruine strandschoenen. Na een poosje besloot ik ze uit te trekken omdat de zandkorrels in de schoenen schuurden langs mijn voeten. Ik pakte de veters van de linker en de rechterschoen en maakte deze aan elkaar vast met een stevige strik. Zo liep ik nog een poosje met de schoenen over mijn schouder tot ik veel zin kreeg om het water te voelen.

Terwijl ik de zee inliep, probeerde ik de bodem te bestuderen. Ik stond nu tot mijn kuiten in het goddelijke water en ik kon zien, zo vlak bij mijn grote teen, hoe een garnaaltje bezig was een holletje te maken om zich te verstoppen voor vijandelijke zeebewoners. Of misschien wel voor brute landbewoners, want die zijn dol op garnalen, zo had ik gelezen in de documentatie die op mijn hotelkamer lag. Na intensiever getuurd te hebben naar de zandbodem zag ik ook wat krabbetjes over de bodem marcheren, geel met blauw gestreepte visjes die langs elkaar heen dansten, rode poontjes die aan elkaar snuffelden, zeesterren en nog meer schelpdiertjes die het druk hadden in hun eigen omgeving. Ik kon duidelijk zien hoe ze bezig waren hun leven te leven en ook hoe ze hun leven waren overleven.

De zee was die dag goed gemutst. Hij kabbelde wat heen en weer en de golven tikten hun schuim sloom tegen de rotsen aan. Ik besloot om uit de zee te gaan en ging zitten op het natte zand. Wat een heerlijke dag. Ik werd er helemaal blij van. Ik pakte mijn verrekijker en tuurde over de gladde zee. Geen boot te bekennen, constateerde ik. Terwijl ik daar zo zat te genieten van de pracht en praal om me heen, hoorde ik plotseling een vreemd geluid achter een stevige rots die mijn rug de nodige steun gaf.

“Zucht, zucht, Zucht, zucht”.

Ik keek om me heen, maar kon niets ontdekken waar een eventuele zucht uit zou kunnen zuchten.

“Zucht, zucht.”

Weer hoorde ik het zuchten. Ik stond op en warempel, daar zag ik zowaar, vlak achter de rots, een soort van dun doekje, dat mij met grote ogen aankeek.”Zucht, zucht.” Als de Zuchtende Zucht, laat ik het doekje zo maar noemen, de eerste zucht zuchtte veerde deze omhoog. Bij de tweede zucht zakte het in elkaar en zag de Zuchtende Zucht eruit als een verfomfaaide doek. Zoiets had ik nog nooit mee mogen maken.


“Zucht, zucht,” deed de Zuchtende Zucht. Ik stond perplex. Ik boog me naar voren om het geheel wat beter te bekijken. “Mag ik u vragen waarom u zoveel zucht?” vroeg ik de Zuchtende Zucht beleefd. De Zuchtende Zucht bekeek me van top tot teen. Daarna klampte “het“ zich stevig tegen de rots vast en begon te bibberen als een trillend rietje. Ik ging op mijn knieën zitten en probeerde de Zuchtende Zucht te kalmeren. “U hoeft niet bang voor mij te zijn. Ik wil u graag helpen.” zei ik gerustellend. De Zuchtende Zucht bedaarde een beetje en kwam een stukje mijn richting geschoven.

“Zucht, ik ben zo bang, zucht. Ik verstop mezelf al maanden achter deze rots. En waarom, Zucht, zult u zich afvragen, zucht? Zucht, per ongeluk, zucht, ben ik vergeten door een jongetje. Ik zat, Zucht, samen met een vork en een lepel in het veilige strandemmertje, zucht, van het kind. Zucht, zucht. Helaas heeft hij mij niet meer na het spelen teruggestopt in de emmer. Zucht, zucht. Nu ben ik overgeleverd aan de zee. Zucht, zucht. Dat is niet heel erg, Zucht, maar wat wel verschrikkelijk zo erg is, zucht, dat zijn de vissen en de krabben en de zeepaarden en de zeesterren, Zucht, zucht, die mij willen meesleuren naar hun huisje. Zucht, zucht. Althans, dat vermoed ik.” eindigde de Zuchtende Zucht bedremmeld. Het was een vreemd verhaal. De Zuchtende Zucht had mijn medelijden opgewekt. Zo achtergelaten worden was niet mis. Ik moest hier een oplossing voor vinden, zodat de Zuchtende Zucht weer verder kon gaan met het leven.

Ik stapte het water weer in, deed mijn duikbril op mijn hoofd en speurde onder water naar zeeleven. Ik zag een prachtige vis, volgens mij een keizersvis, en ik probeerde hem in het holletje van mijn hand vast te houden. Daarna pakte ik een zeepaardje en voor ik er erg in had, zwommen er zoveel visjes om mijn hoofd, dat ik ze niet meer kon pakken. Daarom leidde ik ze met mijn rechter arm richting strand en toen ze zo afwachtend voor de kust lagen, riep ik de Zuchtende Zucht.

“Kijk eens, Zuchtende Zucht,” riep ik, “je hebt visite!” Ik zag dat de Zuchtende Zucht met zijn grote ogen om de rots gluurde, daarna voorzichtig te voorschijn schuifelde en vol verbazing een voor een de zeedieren bekeek. Het was een aandoenlijk theater en een vrolijke boel en flink veel gespetter. Ik zwom tussen al dat vis in, dook met mijn hoofd naar beneden, terwijl mijn benen verticaal in de lucht bleven steken en aaide zo links en rechts een brutale anemoonvis langs zijn vinnen, die dicht bij mijn snorkel durfde te zwemmen.


Ik probeerde een dansje te maken met een paarse inktvis, die spontaan op mijn hoofd ging zitten en zwom als een zeemeerman naast een echte zeemeermin. Mijn waterballet trok de Zuchtende Zucht uit zijn schuilplaats. Het schuifelde nog wat dichter naar de zee toe en ik zag, ja zeker, met eigen ogen, hoe de Zuchtende Zucht de angst van zich afwierp. Let wel! Met een rechte rug, ik bedoel, met de plek waar eventueel de rug zich zou kunnen bevinden van de Zuchtende Zucht. Had ik de Zuchtende Zucht van zijn angst kunnen bevrijden?

“Zucht, zucht,”hoorde ik. Nog een ”Zucht” en daarna een door de wind meegenomen kleine “zucht.” Even later zag ik hoe de vissen met de Zuchtende Zucht speelden en lieten zien dat ze geen vijanden waren, maar joviale vrienden uit de zee. De Zuchtende Zucht werd drijfnat van al dat gespetter, maar het interesseerde de Zuchtende Zucht geen barst. De Zuchtende Zucht voelde zich vrij en niet meer bang. Heerlijk was het om zo te mogen leven daar bij de heldere blauwe zee. Maandenlang voor niets bang geweest! Het was een wijze les voor de Zuchtende Zucht.

Laat angst je leven niet leiden!

Het stemde mij tevreden hoe de Zuchtende Zucht zich zo fantastisch met zijn nieuwe vrienden aan het vermaken was. Ik deed wat stappen vooruit het strand op, maakte mijn duikbril droog, ging weer tegen de rots zitten en bekeek het schouwspel. Later die middag, toen ik de veters van mijn schoenen probeerde los te peuteren, kwam de Zuchtende Zucht met een fikse snelheid aanschuifelen en bedankte mij duizendmaal voor mijn hulp. Met een glimlach zwaaide ik hem na en haastte me naar mijn hotel, waar een heerlijke fruitcocktail voor me klaarstond.