MEVROUW GEKJES

Ik liep eens in een diep bos, waar de bomen dicht op elkaar stonden. De bladeren van de bomen groeiden in elkaar door, zodat je van bovenaf
amper kon zien dat er wel duizenden bomen stonden i.p.v. een groene massa. Dat
dacht ik, maar dat hoefde natuurlijk niet zo te zijn.


Ik moest goed uitkijken waar ik liep, want anders zou ik zeer zeker zijn gevallen over de dikke wortels, die zich met elkaar
verstrengelden op en in de vochtige zwarteaarde. Gelukkig had ik ’s morgens
mijn stevige laarzen aangetrokken, dus kon ik zonder vrees om uit te glijden, mijn
voeten neerzetten op en tussen de ruwe grond. Ik had een dik halfuurtje gelopen
toen ik tot mijn stomme verbazing een paars hutje ontdekte, waar een knalrode
schoorsteen op het dak stond. Uit de schoorsteen cirkelden grijze kringetjes rook. Wat een vreemd huisje! Zou er iemand in wonen, zomaar in het dichtbegroeide bos? Zodra ik voor het huisje stond werd de deur opengesmeten.
Een vrouw met lange gele haren stond vlak voor mijn neus. Ik zal haar voor jullie beschrijven. Ze had een groene jurk aan die bezaaid was met gele zonnebloemen. Haar
voeten waren in grote oranje kaplaarzen gestoken. Ik kon zien dat ze veel te groot waren, want haar benen die boven de laarzen uitkwamen, leken wel satéstokjes.


Ineens lachte ze naar mij en tot mijn grote schrik zag ik een groot assortiment gouden en zilveren tanden. De tanden stonden door elkaar
en op elkaar. Goud zilver, goud, zilver. Het leek wel een hakmachine. Je snapt
dat ik flink de bibbers kreeg bij het aanzien van een dergelijk gebit. Ik
deinsde dan ook een paar passen achteruit. “Wees niet bang ” riep de vrouw, “ik
ben Mevrouw Gekjes.” Ze frummelde in de zak van haar gebloemde jurk en stak haar
hand naar mij uit. Ik vond het angstiger worden. “Hier”, zei de vrouw, “een
lekker zout dropje. Voor jou. Ik heb dropjes in het zoet, zout, zuur en
gepeperd. Ha ha, Hi hi.” Ik keek argwanend naar het zwarte dropje, pakte het
toch aan en stopte het in mijn broekzak. Ik kon het later altijd nog weggooien.
“Ben jij een brutaaltje of een sloompie?” Mevrouw Gekjes maakte een sprong in haar kaplaarzen. De laarzen waren inderdaad zo groot dat deze gewoon op de grond bleven staan terwijl ze er uit en weer erin sprong. Ik liet me niet kennen. Huh! Ik een sloompie! Ik zou die mevrouw met die gele haren eens wat laten zien! Zover als ik kon stak ik mijn tong uit. “Oef! Wat een lange tong
heb jij en wat ben jij stout!” riep Mevrouw Gekjes. Ze pakte me bij mijn middel
en samen dansten wij een rondje om het paarse huisje. Plotseling liet ze me los en stond ze stokstijf stil met haar hoofd een beetje scheef. “Ik ruik de Grutten”, fluisterde ze zacht. “Kom gauw naar binnen.” Grutten?
Wat is dat nou weer, dacht ik, maar voordat ik daar een vraag over kon stellen sleurde ze mij het huisje in.


In het paarse hutje hingen overal kleurige slingers. Alle kleuren van de regenboog kon ik er in terug vinden. In elke hoek van de kamer stond een kerstboom. Met gouden lichtjes. In het midden van de kamer stond een
ronde bank. Een spierwitte. Ik zag dat de bank iets bewoog. Of was het gezichtsbedrog? Ik kneep mijn ogen tot smalle spleetjes. Heel langzaam draaide de bank in het rond en nu zag ik ook dat er een grote sprinkhaan op een van de kussens zat.
Wat een rare toestand! De sprinkhaan zat groen en goud te pronken op de witte bank. “Dit is Harm Sprinkhaan. Ik noem hem ook Heer Windjes, want Harm laat
harde windjes als hij springt. Kom Harm, laat eens wat vliegen! Spring op mijn
schouder!” commandeerde Mevrouw Gekjes. Met zijn achterpoten zette Harm zich
schrap, klaar om te springen. Hij sprong en met een luide knal landde hij op
Mevrouw Gekjes haar schouder. Pang! Ik schoot in de lach. Waar was ik terecht
gekomen? Harm Sprinkhaan bekeek mij nieuwsgierig. Ik deed een stap naar voren.
Met zijn voelsprieten raakte hij voorzichtig mijn wang aan. Het kriebelde. Ik
durfde me amper te bewegen, zo bang was ik dat ik hem zou wegjagen. “Wil je een
toffee?” vroeg Mevrouw Gekjes. “Lekker snoep, mmmmmmm, heerlijk!” Mevrouw Gekjes pakte haar rok en deed een polkadansje. Pang! Pang! Met luide knallen sprong Harm van haar schouder af. Wat een dolle boel! Ik stak de toffee in mijn
mond en plofte op de bank. Lekker zo’n zoete toffee. Heerlijk! En de windjes stonken behoorlijk. Pffff. Mevrouw Gekjes ging naast mij zitten en Harm landde
keurig op de leuning van de bank. Pang! “Wil je mijn haar wassen?” vroeg Mevrouw Gekjes toen. “Ik kan het zelf niet goed omdat het zo lang is.”


Voorzichtig pakte ik de gele bos haren
bij elkaar en zo liepen wij de tuin in die achter het huisje lag. Op het grasveld stond een grote zinken tobbe en daarnaast een doos gevuld met
wasmiddel. SPECIAAL VOOR LANGE HAREN. Zo luidde de tekst op de kartonnen doos. De
groene tuinslang die verbonden was met het kraantje in de keuken lag klaar voor gebruik. Een minuut later zag de tuin eruit als sop, rook het naar sop en
groeide er sop. Het sop maakte kleurige zeepbellen die hoog de lucht invlogen. De haren lagen wiegend te drijven in de grote tobbe. “Wat ruikt het lekker hè?”schreeuwde Mevrouw Gekjes vanuit de tobbe. En of het heerlijk rook! Harm sprong vrolijk
door de schuimvlokken. Pang! Pang! Pang! Pang! Het was een spektakel! Nadat ik
de haren had uitgespoeld zei Mevrouw Gekjes dat deze aan de waslijn
moesten drogen. Met wasknijpers. Ik zwiepte de haren over de lijn, zette ze vast en terwijl Mevrouw Gekjes op het gras zat, zei ik dat ik nu echt moest opstappen, wilde ik
thuis zijn voordat het donker werd en ik de weg niet meer terug kon vinden. “Ja
hoor, ga maar. Ik red me wel. Wil je nog eens langskomen, dan is dat goed. De
groeten en tot ziens.” Ik liep terug door de kamer naar de voordeur en terwijl
ik de deur achter mij dichttrok hoorde ik nog net een flinke Pang! van Harm Sprinkhaan alias Heer Windjes.

Vaak denk ik nog aan Mevrouw Gekjes en Harm Sprinkhaan. Hoe is het mogelijk dat ze in het dichtbegroeide bos kunnen wonen? En wat bedoelde Mevrouw Gekjes eigenlijk met:  “Ik ruik de Grutten?”

Later, veel later, toen ik in een boekenwinkel rondsnuffelde en een boek ontdekte, dat verstopt in een oude kast lag, zo tussen de kinderboeken en de jeugdboeken, werd het mij zowaar duidelijk wat Mevrouw Gekjes met de Grutten bedoelde.*
ikki

* Jojo en Wobje & de Gruttensnottensmurrie