KOOSJE

Op een gure regenachtige dag in de maand april, besluiten twee witte prachtige zwanen om een nest te bouwen. Ze verwachten hun kleintjes in de maand mei, dus er is nog veel te doen.

Heer Zwaan heeft takken en rietstengels verzameld om een solide kraambed te creëren voor zijn geliefde. Na 6 ½ dag hard werken is het nest klaar en Vrouw Zwaan vlijt zich neer op het weelderige bed. De volgende dag, als de zon zich waterig laat zien tussen de bomen, ligt er een groot wit ei onder de vleugels van Vrouw Zwaan. De zwanen kijken naar het ei en dan naar elkaar. Een ei maar? Dat is niet veel. Misschien dat er morgen meer eieren liggen?

Maar de volgende dag ligt er nog steeds een ei. Vrouw Zwaan besluit weer om op het ei te gaan zitten, zo blijft het ei in ieder geval heerlijk warm. Zwijgend zitten de zwanen naast elkaar te wachten.

Iedere ochtend, zodra de zwanen wakker worden, kijken ze in het nest of er al meer eieren zijn bijgekomen.
Helaas, het blijft bij een ei.


En dan, na 39 dagen hoort Vrouw Zwaan een krak in het nest. De zwanen kijken vol spanning toe hoe het ei breekt en tot hun grote blijdschap zien ze een bruin snaveltje.
De snavel pikt net zolang tot het ei stuk is en daar ligt, tussen de kapotte schaaldelen in, een dapper, donzig zwanenjong.


Nu zijn de zwanen vader en moeder geworden en zacht duwen ze met hun veren en kop tegen hun baby. Wat zijn ze trots op de kleine. Trotser kunnen ze niet zijn. “We noemen hem Koosje,” zegt Moeder Zwaan.

Iedere volgende dag is een feest. ’s Nachts ligt Koosje heerlijk tussen de vleugels van zijn moeder en overdag leert zijn vader hem zwemmen en hoe hij aan de waterplanten moet trekken om zijn buikje te vullen.
Zo kabbelen de dagen voorbij. Koosje groeit als kool.


Vandaag hebben vader en moeder het plan om een rondje door de sloot te zwemmen. Parmantig en trots glijdt de familie door het water. Koosje in het midden, Mama Zwaan voorop en Papa Zwaan sluit als laatste aan. Op de hoek van de sloot is het druk. Er zwemmen veel watervogels en op het gras staan wel 9 hangzwanen te roddelen.
Zodra ze de 3 zwanen ontdekken wordt het stil in de sloot. Sommige zwanen houden hun vleugel tegen de snavel en kijken met medelijden naar de drie zwanen. Ook hoort Vader Zwaan een schamper lachje en boos kijkt hij wie daar zo vervelend aan het lachen is. De 3 zwanen glijden voorbij de meute en Vader Zwaan kan nog net horen, hoe de roddelzwanen fluisteren: “Andere zwanen krijgen er wel 5. Wat is nou 1 zwaan?”
Vader Zwaan is het gemompel en gelach meer dan zat. Hij trappelt met zijn poten en slaat zo krachtig met zijn vleugels dat de rustige sloot verandert in wild water met flinke golven. De groep zwanen schrikken zich een hoedje en maken dat ze wegkomen. Dat is maar goed ook, want Vader Zwaan is woedend!




Als de rust weer is teruggekeerd en ze veilig op het nest zitten zegt Mama Zwaan: “Koosje, jij bent mij meer waard dan 1000 zwaantjes. Jij bent mijn allerliefste zwaantje.” Koosje is helemaal blij en als je goed kijkt in de sloten, dan kun je zien hoe daar een zwaantje schittert van geluk. Dat moet dan Koosje zijn.